Schrijfwijzer Urker Taal
Spelling is een afspraak over hoe klanken worden weergegeven met letters. Het Nederlands gebruikt hiervoor het alfabet, dat ook in veel andere talen en dialecten wordt toegepast.
Het Urker dialect kent echter enkele klanken die niet altijd goed passen binnen de standaard Nederlandse spelling. Daarom worden in het Urkers soms extra klinker vormen gebruikt om uitspraakverschillen duidelijk te maken.
Omdat er geen officiële taalinstantie bestaat voor het Urker dialect, is er ook geen verplichte spelling. De meest gebruikte schrijfwijze is ontwikkeld door de Stichting Urker Taol, in samenwerking met onder andere dialectonderzoekers zoals Tromp de Vries, K.J. Romkes en de IJsselacademie.
Deze spelling wordt gebruikt in:
- diverse dialectprojecten
- publicaties van de dialectkring
- boeken van Gerrit Pasterkamp
- publicaties van de IJsselacademie
Een uniforme spelling zorgt voor:
- betere leesbaarheid
- herkenbaarheid
- consistent taalgebruik
- eenvoudiger digitale toepassingen
Op internet verschijnen nog veel verschillende schrijfwijzen. Daardoor zijn teksten soms lastig leesbaar. Deze schrijfwijzer helpt om meer eenheid te creëren.
Medeklinkers in het Urker dialect
De medeklinkers geven geen of weinig problemen in het Urker dialect. Wij kunnen heel goed toe met de Nederlandse medeklinkers. Wel hebben we in het Nederlands een klank, die in het Urkers niet voorkomt. De letter ‘h’ is voor het Urkers overbodig. De ‘Indriks A’ kennen we dan ook alleen als aanduiding. Als compensatie gebruiken we hem in ons Nederlands taalgebruik zo krampachtig dat hij zelfs op ongewenste plaatsen is te horen.
Een andere klank die wij niet gebruiken aan het begin van een woord is de ‘ch’. Deze is in het Urkers een zachte ‘k’. Dus Skeveningen. Komt de ‘ch’ wel voor? Jazeker, als keel-g. Dus hebben we het over ‘roche’ en een ‘ruchien’.
Een stemloze klinker

Een klinker die nog al eens voor verwarring zorgt is de stemloze e. Eigenlijk werkt die in het Urkers net zoals in het Nederlands en hoeven wij de schrijfwijze helemaal niet aan te passen.
Ik geef wat voorbeelden om het duidelijk te maken.
In het Nederlands schrijven we ‘een huis’ maar zeggen ‘un huis’. Precies zo ook in het Urkers. ‘Een eus’ wordt ook gewoon uitgesproken als ‘un eus’. Hetzelfde geldt voor ‘het huis’ wat klinkt als ‘ut huis’ en ook het Urkers volgt. ‘Et eus’ uitgesproken als ‘ut eus’. Je kunt dus gewoon de normale schrijfwijze volgen. Let op: je kunt in het Urkers wel de zin ‘et et ereged’ krijgen en daarbij krijgen we eerst een stemloze, dan een stemhebbende en dan weer een stemloze ‘e’.
Klinkers
Een belangrijk punt is dat het Urkers van elke klinker een korte en een lange variant heeft. En dat niet alleen. Het heeft invloed op de betekenis van het woord. Ook hierbij een voorbeeld:
Kieken – kort – kijken
Kieken – lang – keken
Schrijven we de lange klinkers ook of geven we dat aan? Wij doen niet aan streepjes, trema’s, umlauts, kapjes en wat dies meer zij. Het geeft een heel onrustig beeld en maakt de zaak alleen maar gecompliceerd. Wij schrijven een lange klinker alleen wanneer dat nodig is in een open lettergreep. Dus ‘slaapen’ en ‘eeten’. Voor de rest moet je het gewoon weten. Tromp de Vries zaliger zei dan: “Zet je moend nor et Urkers dan got et vanzelf”.
Klinkers met een verschillende uitspraak
De klinker ‘u’ wordt in het Urkers voor twee verschillende klanken gebruikt. Dus net als in het Engels, dat daar berucht om is. De letter ‘a’ kon op zoveel manier gebruikt worden in die taal dat je er duizelig van wordt. Maar zo erg is het dus in het Urkers niet. Wij gebruiken de ‘u’ in het geval van ‘urgel’ maar ook in ‘buk’. En dat is alles.
Korte en lange varianten van de klinkers

- a – aa
Wacht maar, ze waagt ‘t wel. Ik slacht ‘t gemeste kalf as ie slaagt. Er zijn tientallen zulke voorbeelden: zag– zaag, smak– smaak, kram–kraam, gap –gaap, vlam– vlaam(vlies). - e – ea
In ‘t kessien legt een keasien (In ‘t kastje ligt een kaasje). Ze is fel op de bessern in defea! (Ze is dol op de bezem en de dweil). Het aantal woorden met ea is niet zo groot. (De ea uitspreken als de klinker in flair). - i – ie
Ik kan op een prik die preek wel naovertelln. Waor moet je mit die inne eene?(Waar moet je met die kip naar toe?). As je nou je teun niet spitten, zal je dat laoter spetten. Eerst kritten in nou kreten (eerst langs de weg slenteren en nu huilen). We stikken ier van de möggen, in steken dat ze doen. Er zijn veel van dergelijke voorbeelden te vinden. (De ie uitspreken als de klinker in beer). - ie – ië
We kieken niet oor, want euruli kieken gister ok niet. Niet waor, dat is gien leus dat is een niet (neet). Op dat beste biesien zit een biesien (Op dat luxe koekje zit een beestje). De kiengeren bieden net in die bieten of ‘t koek was. De ië uitspreken als de klinker in bier. - o – ao
Klaos et mot mit z’n moat (Klaas heeft ruzie met zijn vriend). Lot maar zitten, ‘t is al te laot. Nor tollen taolen de kiengeren niet maar (De kinderen talen niet meer naar tollen). Gief dat paor een por (Geef dat stelletje een stoot). Z’n boord ong in z’n bord (Zijn baard hing in zijn bord). Een kaole kolle stat niet vor een vrouwe (Een kaal voorhoofd staat een vrouw niet mooi). Veel voorbeelden zijn hier te geven. - ó – oo
Gooi dat bót maar in de boot. Wat zit je te móótten mit die mooten vis (móótten = morsen). In grote tonnen toonen ze de netten (tonen –tanen). Ik bin dóf in m’n oofd in ok een bietjen doof. Toe ze begon te kreten was ik mit ‘r begoon (Toen ze begon te huilen was ik met haar begaan). Een woord wórt wel er’s een zwaard. (De ó uitspreken als de klinker in zo’k.)
Aanbeveling
Naar onze mening zou het aan te bevelen zijn in digitale en schriftelijke uitingen steeds één spelling te gebruiken. Waarbij de spelling van de Stichting Urker Taol haar nut heeft bewezen en daarvoor heel goed gebruikt zou kunnen worden.







